In 1818 dreigde het nieuwe koninkrijk Nederland aan armoede ten onder te gaan. De oorlogen van Napoleon hadden de economie geruïneerd. Rotterdam telde 800 bedelaars, in Leiden had de helft van de bevolking ‘onderstand’ nodig, en in het Amsterdamse Aalmoezeniersweeshuis werden dat jaar 855 wezen en 240 verlaten kinderen gebracht. Er moest iets gebeuren. Maar wat?

Generaal Johannes van den Bosch

Generaal Johannes van den Bosch

Generaal Johannes van den Bosch, een charismatische figuur, wist de oplossing. Met toestemming van Koning Willem I richtte hij de Maatschappij van Weldadigheid op. Voor een stuiver per week konden de kapitaalkrachtigen bijdragen aan de opbouw van het vaderland en de heropvoeding van de paupers.

De generaal wilde de armen uit de steden naar het platteland brengen om daar de grond te ontginnen en het vak van boer te leren. Met tucht en discipline zou hij ze opvoeden tot zelfstandigheid. Zijn Maatschappij kreeg 20.000 leden – een enorm succesvolle crowdfundingsactie.

Eerst bouwde hij in de buurt van Steenwijk zijn ‘vrije koloniën’: Frederiksoord, Willemsoord en Wilhelminaoord. Daar kregen de arme gezinnen een kleine hoeve. Ze leefden er onder toezicht.

Derde gesticht

Het derde gesticht

Maar het ging de generaal niet snel genoeg. Hij wilde de armoede in Nederland compleet uitroeien. Daarom besloot hij dat een grootschalige huisvesting ook goed was. In 1819 veranderde hij het oude fort De Ommerschans in een ‘strafkolonie’. In de ‘Zuidelijke Nederlanden’ (België) kwam in 1822 een ‘vrije kolonie’ in Wortel en even later een ‘onvrije kolonie’ in Merksplas. Maar zijn grootste ‘onvrije kolonie’ bouwde hij in het gehucht Veenhuizen. Drie enorme gestichten: het Eerste Gesticht, het Tweede Gesticht en het Derde Gesticht. In elk gesticht was plek voor 2.000 mensen, en in noodgevallen zelfs nog meer.

Nu de generaal plaats genoeg had, kampte hij met een probleem: de paupers die goed in staat waren te werken wilden niet komen. Wie zich nog kon redden verliet niet zomaar zijn eigen stad. Emigreren naar het onontgonnen Drenthe, een paar dagreizen vanaf Amsterdam, en nog langer als je uit Brabant kwam, dat was een verhuizing voor altijd.

Verleden en Heden Veenhuizen

Foto: Gevangenismuseum Veenhuizen

De generaal, een idealist, greep naar onorthodoxe maatregelen om zijn heropvoedingsplan toch te laten slagen. Hij overtuigde de koning ervan dat weeskinderen in de frisse buitenlucht van Veenhuizen veel beter af waren dan in de steden – en goedkoper ook. Er kwam een wet die alle ‘stadsbestedelingen’ van boven de zes jaar uit het hele land naar Veenhuizen stuurde. Verder besloot hij dat ook armelui die niet goed konden werken, invaliden, zieken en bejaarden, welkom waren. En bij wijze van gunst nam hij ook een groep militaire veteranen op als opzichter.

In Veenhuizen woonden de ‘fatsoenlijke armen’ met het hele gezin in een kamer aan de buitenzijde van de gestichten. Zij konden met hun eigen voordeur naar buiten wanneer ze wilden. De binnenzijde bestond uit slaapzalen met tachtig hangmatten. Daarin sliepen de ‘onfatsoenlijke’ armen, de veroordeelde bedelaars en landlopers. Mannen en vrouwen gescheiden. Wie daar naar buiten wilde, kwam uit op een gesloten binnenplaats. De weeskinderen werden ondergebracht in slaapzalen in het Derde Gesticht, met per zestig een kindervader of kindermoeder.

MvWvogelvluchtkaartjeDe generaal was zijn tijd ver vooruit. Hij leerde de kinderen lezen en schrijven, bijna een eeuw voor de invoering van de leerplicht. Maar door de strenge regels van de heropvoeding, en het stigma dat het de paupers bezorgde, veranderde zijn idealistische bedoelingen al snel in een drama.

Naar schatting 100.000 mensen hebben zo’n heropvoeding ondergaan. Ongeveer één miljoen huidige Nederlanders stamt van hen af.

Deze koloniën zijn nog te bezoeken

FREDERIKSOORD / WILHELMINAOORD / WILLEMSOORD

Met de proefkolonie Frederiksoord in de provincie Drenthe is in 1818 het initatief in de noordelijke Nederlanden begonnen.

De Ommerschans

De strafkolonie De Ommerschans is in 1820 gereed.

VEENHUIZEN

In Veenhuizen worden in 1823 de drie gestichten van de ‘onvrije’ kolonie gebouwd. Daar worden wezen ondergebracht, gewoon arm volk, en ook landlopers en bedelaars.

WORTEL/MERKSPLAS (B)

Johannes van den Bosch bouwde ook in de Zuidelijke Nederlanden (België) een vrije en een onvrije kolonie.

Maatschappij van Weldadigheid

Het archief van de Maatschappij van Weldadigheid wordt in het Drents Archief in Assen bewaard en kan door iedereen worden ingezien. Dit document is de originele trouwakte van de hoofdpersonen van het theaterspektakel: Cato en Teunis.